Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Uit Een andere wereld

Uit Een Andere Wereld (dit stuk is ook gepubliceerd op www.denieuwepoort.org)

 

Voor gallery Leslie Smith aan het Minervaplein lag een oudere dame dwars over een loper. Ze lag bewusteloos. De parels van haar ketting gesprongen tekenden een mozaïek op het rood van de loper. Een kunstwerk op zich.

Het was warm geweest tijdens de expositie van de kunstenaar - wiens naam ik vergeten ben en wiens werk bestond uit surrealistische poppetjes, waarvan de meeste geen hoofd hadden. Hooligans, heette een werk, Big Brother een ander.

'Het gaat over 'leeghoofden',' zo had de Joodse eigenaar het werk van de voormalig manager van popgroep Doe Maar (de vorige baan van de kunstenaar) getypeerd. 'Daarom hebben de poppetjes geen hoofd.'

Daar had de dame op straat geen boodschap aan. Ze werd in een ambulance gedragen, en een jonge vrouw in kort leren rokje, even daarvoor door de eigenaar in zijn toespraak als zijn manager voorgesteld en toen nog stralend middelpunt, huilde dikke tranen. Ze werd getroost door mannen met baardjes en grote horloges. Het was niet helemaal duidelijk of ze familie was van de bewusteloze dame, of dat het haar qua management allemaal teveel was geworden.

Intussen draaide de kunstwereld binnen op volle toeren. Ernst Jansz (van Doe Maar) zong zijn voormalig manager toe in een vertaling van Bob Dylan: De Verloren Straat. Het lied had zestien coupletten, en na het derde couplet stierf het in een kakofonie van stemmen. Een kale man leunde tegen een kunstwerk van 'leeghoofden' en zei doelend op de zanger: 'Die vent heeft in de jaren tachtig alle meisjes gehad waar ik van droomde.' Een studente van de catering in een niets verhullend bloesje maande hem in het voorbij gaan met een minuscuul gebaar de 'leeghoofden' niet aan te raken. Een man met wit pochet zei dat hij nooit enige concurrentie had gevoeld van de zanger. 'Ik kleed me nog altijd beter,' zei hij. Buiten reed de ambulance rustig weg, een meisje in zomerjurk fietste er achteraan.

Ernst Jansz merkte even later op dat hij niets had gemerkt van de bewusteloze dame en ook niet van de kakofonie van stemmen rond zijn lied. 'Als ik speel ben ik in trance,' zei hij. 'Het is topsport.'

Iemand liep op de zanger toe en bralde: 'Jij doet volgens mij alleen maar wat je leuk vindt!'
De zanger grijnsde - even deed hij aan een typetje van Kees van Kooten denken - en beaamde met een omfloerst: 'Jaaah....' Daarna ging hij op de foto met een vrouw van middelbare leeftijd.

Of ik mee ging eten, vroeg de zakenman die mij had uitgenodigd ('jij bent immers ook artiest,' zo had hij mijn uitnodiging gerechtvaardigd). 'Ik houd je vrij,' voegde hij er aan toe hij. Het Pochet en een horloge stonden erbij en hoorden dat, en misschien was dat de bedoeling, in ieder geval zouden zij ook meegaan. Barra's, 1e Sweelincklaan. Een grote Audi A6 reed voor, er klonk house muziek uit.
'Ik fiets wel achter jullie aan,' zei ik.

Toen ik mijn fiets voor Barra's op slot zette rolde er een bal naar me toe. Een vijfje, met van die naden. Onbewust hield ik een paar keer hoog en schoot terug naar een jochie, twee turven hoog, die in z'n eentje stond te oefenen.
'Zo, ' zei hij voor zijn leeftijd welbespraakt, 'dat zie ik niet veel mensen hier in de buurt doen.'
'Doe jij 's een truc dan,' pareerde ik.
Hij wipte de bal met groot gemak op, legde 'm in zijn nek en kaatste op borsthoogte terug. Ik kon de bal net onder controle houden, legde 'm ook in mijn nek en schoot. Hij kaatste, ik kaatste, één keer raken. We zeiden niets. Fietsers stapten af en liepen om ons heen. We maakten geen enkele fout en gingen minuten door.
'Hoe oud ben je? vroeg ik uiteindelijk, terwijl de bal rondging.
'Tien, zei,' hij, ' Ik zit in D1, Swift.'
'Waar heb jij vroeger gevoetbald?' (Zijn tutoyeren was volkomen vanzelfsprekend, er sprak een natuurlijk respect uit).
Ik vertelde dat ik tennisleraar ben. Er werd tegen de ruit getikt, het Pochet maande me binnen te komen. Het jochie schoot achter zijn standbeen de bal naar me toe. Het Pochet kwam nu naar buiten: 'He oude kinderlokker! Je eten wordt koud!'
'Wij zijn hongerig naar de bal,' zei ik ,' Ik kom zo.' De Twee Turven hield intussen dertig, veertig keer hoog.
'Wat is je record?' vroeg ik. '
'Honderdvierenveertig.'
'Ik moet naar binnen, joh.'
'Woon je je hier in de buurt? hield het jochie aan. 'Zou je nog een truc willen voordoen?'
Ik wipte op achter m'n standbeen langs en kaatste de bal via de punt van mijn schoen en de grond omhoog. Hij probeerde.

'Je benen zijn nog te kort,' concludeerde ik. Over twee jaar kan je 't. Ik moet naar binnen, man. Ga zo door!'

Het jongetje had de bal nu in zijn handen, stond er verloren bij, zei niks.

Binnen kwam een studente naar me toe: 'Dag meneer, wat wilt u drinken?'
Aan tafel zei het Horloge: 'Ik wil twee vrouwen, één voor het eten als ik thuis kom, een ander om mee in het park te wandelen en andere dingen te doen. Hij lachte veel betekenend. (Hij bedoelde zo te lachen).
'De hoer en de madonna,' zei het Pochet, 'die kun je nooit in één vrouw vinden.'
Ik keek door het raam en zag het jongetje de truc doen die ik net had voorgedaan. Ineens stond ik op en liep naar buiten. 'Moet je luisteren,' zei ik tegen mijn vriend, 'ik moet je nog één ding vertellen: er komt een dag dat een ander jochie trucs doet die jij niet kunt, iemand die beter is. Onthoud goed: je hoeft niet in alles beter te zijn. Probeer je te concentreren op dat wat jij goed kunt, dan ga je heel ver komen. Misschien wel verder dan degene van wie je dacht dat die beter was. Wil je dat alsjeblieft voor altijd onthouden?'
Het jochie stond met grote ogen en open mond en meteen geneerde ik me voor mijn ongevraagd en dwingend advies, vroeg me af of hij de reikwijdte van mijn advies überhaupt kon inschatten, ik snelde daarom naar m'n fiets, maakte 'm open en reed weg. Toen ik onbewust omkeek stond hij daar nog steeds met die grote ogen. 'Dank-je-wel!' stamelde hij. Het kwam uit een andere wereld.