Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Sportmoment van het jaar 2014

Sportmoment van het jaar 2014

Bij Eva Jinek zat sportjournaliste Cecile Koekoek die het zei, en gisteranavond hoorde ik het Dione de Graaf van Studio Sport zeggen. Het sportmoment van het jaar ging voor hen onbetwistbaar naar die twee schaatsers in Sotchi die gelijk reden. Althans op duizendsten van seconden. ‘Dat maakt sport nou zo mooi!’ zeiden de beiden dames onafhankelijk van elkaar en met volle overtuiging. 'Jammer dan voor de verliezer die eerst dacht dat hij ‘t was geworden,’ zei Dione de Graaf met droge ogen. De naam van de verliezer stond als olympisch kampioen op het op het scorebord, nog geen minuut later was het toch de ander aan wie de overwinning werd toegekend. ‘Mijn emotie gaat op zo’n moment dan ook veel meer uit naar winnaar Michel Mulder, dan naar verliezer Smekens ’ zei die andere mevrouw-de sportjournaliste met een vanzelfsprekendheid waar je koude rillingen van kreeg. Ik had het trouwens nog een vrouw horen zeggen van de week, in een restaurant. Lag aan déze keuze van vrouwen - opvallend was dat ik het alleen vrouwen had horen zeggen - een evolutionaire kwestie ten grondslag? Ze houden van winnaars, daarmee bouw je een nest? Was het voor de kijkcijfers, om het volk ‘dom’ te houden - dat houdt van brood en spelen, en sensatie? Was het gewoon toeval, of had het ermee te maken dat deze vrouwen gewoon helemaal niets van sport begrijpen? Zelf begreep ik er in ieder geval weinig van: behalve dat ik niet van kiezen hou, leek mij namelijk dat het betreffende moment niets - maar dan ook niets - met (de schoonheid van) sport te maken had. En alles met toeval en geluk. Techniek ging de menselijke maat te boven. We hebben het hier over duizendste van seconden, ‘nano verschillen’ die zelfs door professor Dijkgraaf niet met het blote oog waar te nemen zijn. Tegen zo’n verschil valt eenvoudig niet aan te trainen. Trouwens, de volksmond zegt toch dat mannen van het competatieve geslacht zijn? Zelf hou ik van schaats(t)ers, en hoe ze een bocht in snijden, ik had kippenvel bij de duik van Van Persie, en ik genoot ervan hoe Blind eindelijk een bal aan wist te snijden. En ik hou heel erg van de de nummer twee, de tragische held, die eigenlijk beter veel was, maar door een bepaalde risico, een bepaalde eigenzinnigheid, toch verliest. Net als in de Griekse myhologie, net als in het echte leven. (Hét voorbeeld is natuurlijk Oranje in ’74 dat opnieuw de oorlog verloor terwijl ze beter waren en waar iedereen nu nog over praat). Daar gaat sport voor mij allemaal over. Of heb ik te lang geen wedstrijden gespeeld? Als dit er maar niet één wordt dan.facebook blog foto