Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Rehabilitatie Patricia Paay

Dat wij onze helden eren is een goede zaak, maar laten we hopen dat de hysterie rond David Bowie die dagen aanhield deze week definitief  zal verstommen.  In een goed stuk in de Volksrant van zaterdag jl. betoogt filosoof Frank Meester dat achter het aanmeten van imago’s en rollen een zeer onzeker mens schuil ging. En ook al had Bowie bijgedragen aan de maakbaarheid van het individu, hij was vooral een voorloper van de moderne tijd geweest en een marketeer die beroemd wilde worden. Zijn eerste daad van marketing was het oprichten van een genootschap tegen kritiek op lange haren. Het leverde hem een eerste optreden voor tv op.

Ik heb me dan ook verwonderd over de emotionele taferelen bij DWDD (zie mijn blog Orde van de Dag): een hysterische Leo Blokhuis (Bowie ’s laatste plaat Lazerus was kunst met een grote K, ook al kon hij niet precies zeggen waarom) en zangeres Wende wier ogen trilden als vocht zij tegen de tranen omdat zij een persoonlijke vriend had verloren. (Even die vinger langs een ooglid staat altijd goed!)

Dan Patricia Paay (ooit een gerespecteerd zangeres), zij was de enige aan tafel die recht van spreken had, ze had hem immers als enige van zeer nabij meegemaakt: ‘Hij knuffelde graag!’ Maar er was veel commotie over haar, heel Nederland viel over haar heen: zij zou over de dode rug van Bowie haar boek hebben aangeprezen door te zeggen dat ze het bed met hem deelde - zelfs bijna tot een trio met Maggie was gekomen, de vrouw van Bowie - en vond Major Tom een 'kut nummer'. Heiligschennis!

Ik vraag je, wat is moeilijker om aan te zien: het hysterisch en inhalig rouwvertoon van zelfbenoemde fans over de rug van een dode man of een eerlijke getuigenis uit de eerste hand? Paay’s verhaal was rock ’n roll en marketing. Precies wat Bowie was.facebook blog foto