Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Overgave

Overgave

Waarom kijkt u zo moeilijk, meneer?’
Ik aarzelde even, ik lag niet elke dag onder zulke felle lampen, op een te kleine brancard, met die rug die weer opspeelde.
‘Dit is mijn standaard gezichtsuitdrukking, mevrouw,’ besloot ik. Ik perste er een glimlach uit.
‘Oké, dan is het goed.’
Dat hoopte ik maar, want het infuus in mijn linkerarm deed behoorlijk pijn en ik vroeg me af of ze wel goed geprikt had. Zou ze niet naast de ader spuiten zodat ik deze operatie onverdoofd zou ondergaan? Ik kende verhalen van onverdoofde patiënten, verdoofd genoeg om niet te kunnen zeggen: ‘Dokter, doet pijn, u snijdt in me!’
Of ik wilde ademhalen in een kapje nu. Het leek meer op een routineus commando:‘Ad-em-ha-len.’
Snel pompte ik m’n longen vol, ik kon maar beter meewerken, als ik hier ooit voor ernstiger zaken zou komen te liggen had ik misschien een streepje voor.
Er gebeurde niets. Ik haalde nog een keer adem.
Nog niks.
Verdomme, als ze maar niet gaan snijden nu!
Wanhopig zocht ik de blik van de chirurg.

 

Die was ’s ochtends vroeg al aan mijn bed gekomen: ‘Meneer Verheij, Patrick, hallo, ik ben de chirurg in opleiding, ik ga je opereren,’ - en met een triomfantelijke grijns op zijn gezicht: ‘Ik heb ooit tennisles van je gehad!’
Mijn rug deed pijn, en die buik, voor die buik kwam ik… ik herkende hem niet. Verdomme, ik herkende hem niet! Ik heb de afgelopen twintig jaar zoveel leerlingen gehad, hoeveel patiënten had hij gehad? - hij was een stuk jonger dan ik! ‘Sorry,' kreunde ik licht, 'waar was dat, welk park… eh, wanneer?’
Hij negeerde me, nam een minder amicale, meer professionele houding aan. ‘We twijfelen of we je opereren, je hebt lichte koorts en uw rug geeft misschien problemen.’ Hij wisselde ‘u’ en ‘jij’ af. Ik tutoyeerde, op respectvolle toon. Ik lag (in een te kort bed), kon geen kant op, hij torende hoog boven mij uit.
‘Ik ga even overleggen, je maakt niet bepaald een stabiele indruk. Het gaat weliswaar om een relatief kleine ingreep in uw buik, maar we gaan toch in je snijden.’

 

Even later was hij terug gekomen: ‘We hebben behalve oververmoeidheid (ik had al weken zeer slecht geslapen door die rug, 'een rug gaat als het leven,' zei een andere arts ooit tegen mij: 'met ups en downs') en lichte koorts geen harde medische contra indicatie, dus zegt u het maar.’
‘Doen dan,’ had ik resoluut gezegd terwijl ik twijfelde. Hoe lang zou het duren dat ik weer op de baan kon staan, kon zingen met ademsteun? Was het de goden verzoeken nu ik niet optimaal was? Kon ik deze operatie niet beter uit stellen en eerst aan die rug werken?

 

Nu, op de operatietafel, knikte de jonge chirurg in opleiding. ‘Haalt u nog maar een keer diep adem, meneer Verheij.’ 

Ik hoopte maar dat ik een beter tennisser van hem had gemaakt, niet te eigenwijs bepaalde grepen er door had gedrukt waardoor hij minder was geworden. In principe kon hij revanche nemen nu. Uit alle macht zoog ik opnieuw mijn longen vol.

 

Het volgend moment stond zaalzuster Olga - één meter vijftig en zo rond als een tonnetje - (weer) aan mijn bed: ‘Ah, daar is m’n schatje weer!’ Ik bazelde iets van dat ze goed was, dat ik groot respect voor haar had, dat ze misschien ook bij een bank had kunnen werken (ik heb geen idee waar dat op sloeg). Ze sloeg een worstige arm om me heen, en nog één, tilde me even op om me beter in bed te krijgen. ‘Je rug hè, en je buik,’ zei ze met Oosters accent terwijl ik haar adem in mijn nek voelde. Ze begreep me, niet alleen die rug en die buik, begreep ze, mijn hele leven begreep ze. Haar kleine oogjes vlak bij me glommen als van een alwetende moeder. Even steeg ik op, ik zweefde. Waarom zijn juist de minder mooie zusters zo lief, mijmerde ik (ik haast mij hier te zeggen dat ik daarmee niet bedoelde dat alle minder mooie vrouwen lief zijn en alle mooie vrouwen niet!) Door de narcose was ik zo stoned als een kanarie, en toen drong het tot me door: ik was volledig pijnvrij en werd gewiegd als een baby door een zuster van één meter vijftig en honderdvijftig kilo.

Kon het leven maar altijd zo licht zijn.