Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Mannenpraat (2)

Mannenpraat (2)

Frisfeesten en schuren

Eergisteravond (‘3e kerstdag’) zat ik aan een verlate kerstdis, één waar aan ik nog niet eerder had gezeten, en de zoon des huizes (12) vertelde over het fenomeen ‘schuren’. Een fenomeen waar ik eerder (vaag) van had gehoord, maar het ‘fijne’ ervan niet kende.

De twaalfjarige deed het bij voorkeur op zogenaamde ‘frisfeesten’, schuren. Ik meen in de Escape. De jongens en meisjes krijgen er alleen fris, begreep ik uit wat hij vertelde.

De zoon van twaalf, uitgedaagd door zijn vader en andere disgenoten, zat op zijn praatstoel. Hij vertelde eerlijk dat hij het liefst aan de bar begon. Ik interrumpeerde hem en zei dat dat een goed uitgangspunt was. Of dat didactisch sterk was weet ik niet, maar het leek de jongen niet te kunnen schelen. Hij leek vrijuit te spreken. (Hoewel ik moet toegeven dat hij zijn verhaal wat met ‘horten en stoten’ bracht. Dan weer aangemoedigd om door te gaan, dan weer onderbroken door ons).

Hoe dan ook, ik maakte uit zijn verhaal op dat er tijdens zo’n frisfeest in de loop van de avond een groep meisjes opstaat, die, naast elkaar, in een rij beginnen te dansen. Langzaam vormen zij een soort cordon sanitaire. De jongens staan op dat moment aan de bar, en de degene met het meeste lef betreedt de dansvloer en begint met het schuren van één meisje.

Een tante aan tafel onderbrak de twaalfjarige nu en zei: ‘Ik heb ooit aan mijn dochters uitgelegd dat zo’n jongen dat doet om een ‘knoop’ in zijn broek te krijgen - en misschien nog wel meer dan dat. Mijn dochters zijn toen nooit meer naar een frisfeest gegaan.’

Hoe didactisch de tante was (geweest) vroeg ik me af, maar de zoon des huizes ging na de korte onderbreking gewoon verder, en ik begreep uit het vervolg van zijn verhaal dat de meisjes in het cordon elkaar tekens geven. Kleine gebaren of een oogopslag, in elk geval een bepaalde code waaruit blijkt of de eerste jongen door de ‘ballotage’ komt, en of het zijn vrienden is toegestaan het cordon te breken voor een massaal schuurpartijtje. (Ik hield inmiddels mijn adem in: vrouwen bepalen, niets aan de hand - altijd zo geweest, hield ik me voor).

‘Dus Ole liep als eerste naar de rij…’ zei de jongen.

‘En jij stond op dat moment nog aan de bar?’ vroeg de vader.

De jongen: ‘Wacht nou, pap, ik ben nog niet klaahaar!’

Goed, al gauw bleek dat de twaalf jarige ook een flink potje geschuurd had, en zelfs meer: hij had getongd. Wij, aan tafel waren diep onder de indruk. Ik luisterde inmiddels met rode oortjes.

Mijn gedachten dwaalden tegelijk af  naar zo’n dertig jaar geleden, naar mijn eerste tongzoen (daar was geen ‘schuren’ aan voor afgegaan, maar wel een zogenaamd ‘schuifelen’: een soort stijldans waarbij de bovenlichamen gescheiden bleven en je één hand op de heup van het meisje legde… als je durfde).

Ik moet een jaar of veertien, vijftien zijn geweest (ik was altijd al een laatbloeier). Ik had een wit overhemd aangetrokken en een rode spencer. In de woonkamer zaten haar vader, haar moeder, en zelfs oma was ontboden om mij aan een keuring te onderwerpen. Boven de salontafel hing een lamp, in de hoek van de kamer stond een kandelaar met kaarsen. Voor de rest was de kamer donker. Mijn ‘verkering’ (ondanks dat er nog niks was gebeurd was het al ‘aan’) en ik zaten naast elkaar op de bank, maar raakten elkaar niet aan. Hoe ‘t op school ging, vroeg de vader, of ik over ging, vroeg de moeder. Ik sprak keurig met twee woorden: ‘Goed, meneer’, ‘zeker, mevrouw,’- ‘wil je nog wat sinas?’- ‘alstublieft mevrouw’, maar er vielen vooral pijnlijke stiltes. Toen vroeg de vader van het meisje of ik even met ‘m mee wilde komen, naar zolder. Ik zocht daar niks achter, mannen onder mekaar of zo, dacht ik. De vader had een spoorweg, een enorm emplacement met treinen en wagons, gebouwd. Hij zette een machinist pet op en knipoogde, draaide aan een knop en racete zijn treintjes over bergen en dalen van karton, kris kras door de zolder. Meer dan een uur moest ik treintje spelen, daarna zat ik weer beneden op de bank. Stiltes onder de lamp. Om elf uur zei ik: ‘Zo, ik moest maar weer ’s gaan.’ Mijn verkering liet me uit. En daar op de drempel bij de voordeur gebeurde het. Ik denk dat zij het was die begon. We kleefden aan elkaar, en ik roerde zo goed als ik kon, stond op de drempel met m’n ogen dicht, maar toen viel ik van de drempel op straat, en in een vreemde draai zoekend naar evenwicht zoog ik me aan haar vast - maar ik zoende ook flink mis, veegde nat over haar gezicht. Het volgende moment stond ik een stuk lager - ook zij had niet losgelaten en torende nu hoog boven mij uit - maar we kleefden nog steeds, en ik hoorde haar adem sneller gaan, en ik wist zelf niet hoe ik ‘t had, en ik hoopte maar dat ik ‘t goed deed.

Op de fiets terug naar huis (van Bennekom, waar mijn ‘verkering’ woonde, naar Ede was nog ruim een half uur fietsen) overviel me een bijna bovenmenselijk gevoel van triomf -  maar ook een weeë pijn van onzekerheid en vage gevoelens in mijn onderbuik. In bed hield ik m’n witte overhemd aan, rook haar zoete parfum, en vroeg me af of ze nu ook aan mij zou denken. En steeds kwam weer die vraag: heb ik het wel goed gedaan? Het was vrijdag en pas na het weekend zou ik haar weer zien, op school, pas dan zou ik het weten. Ik zou ’t in een fractie van een seconde zien aan de manier waarop ze me zou aankijken. We zaten trouwens niet in dezelfde klas, maar ik kende haar roosters en looproutes van het ene klaslokaal naar het andere in het oude schoolgebouw op de berg. Ik zie nog de rode blos onder het lange blonde haar, toen we elkaar maandagochtend in de gangen met pubers passeerden en even kort ‘hoi’ zeiden - en ik wist dat het goed zat. Intussen had ik ook niet even kunnen bellen, of sms’en, of anderszins texten. Tja, bellen kon, maar dan had ik die conducteur aan de lijn gekregen.

Aan tafel vertelde de jongen vrolijk verder hoe het in de Escape was gegaan. Ole was dus de eerste geweest, toen Mees, daarna Thijs, toen hij zelf, en uiteindelijk had de hele groep zich overgegeven aan de schuurorgie.

Even was er een stilte van verwondering en verbazing bij de tafelgenoten. Iedereen zat met open mond maar zei niets. Toen vroeg de vader (42) aan zijn zoon of hij ook kon vertellen hoe zijn nieuwe schoondochter heette, maar de jongen moest het antwoord schuldig blijven: ‘Geen idee.’

Ook op de vraag van de tante of het meisje mooi was bleef hij het antwoord schuldig: ‘Geen idee.’

‘Vond je ’t lekker?’ vroeg een ouder nichtje aan tafel.

De jongen was er wel klaar mee nu, hij haalde zijn schouders op en liep naar de bijkeuken waar zijn computer stond.facebook blog