Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Klóte

Klóte

Toen ik zeven was had ik m’n eerste tennisles. En ik weet ‘t nog als de dag van gisteren. De avond ervoor sliep ik niet en de volgende dag was een hele happening.  Twintig kinderen op één baan. We deden dezelfde bal - en coördinatie oefeningen als  ik nu doe met de kinderen. De trainer van destijds, Pim, droeg een magisch Fila trainingspak , blauw met rooie strepen aan de zijkant, zoals ik op tv had gezien bij Bjorn Borg. Die vent moest  goed zijn. Ik concentreerde  me dan ook op elk woord wat hij zei - hoewel de oefeningen zwaar beneden mijn niveau waren. (Ik had al jaren tegen ’t muurtje van de schuur  geoefend met het houten Pinguïn racket van mijn vader, grip 7!). Echter toen Pim iedereen langs ging en in een vluchtig moment tegen mij zei: ‘Hé, Peter,  jij hebt talent!’* was ik ’t gelukkigste jochie op aarde - ondanks dat hij mijn naam verkeerd wist.

Op woesndagmiddag heb ik tegenwoordig een nieuw groepje kinderen.  Vorige week was hun eerste tennisles. Reinoud, Ole, en hun vriendjes zijn met z’n zessen, en ook zeven jaar. Voor de warming up vroeg ik de mannen hun op maat gemaakte mini racketjes aan de kant te leggen op het bankje. Die vlogen met hoge vaart tegen de afrastering. (Ik weet nog dat ik mijn eerste Dunlop Maxplay met speeksel schoon veegde als er onverhoopt een kras op zat, ‘s  avonds aan mijn ouders een soort olie vroeg om het hout te laten glimmen). Daarna raasden de gastjes over de baan. Lijnentikkertje, junglespel, ballenrovertje.  Veel ballen in de ruimte, veel  lopen, daar gaat ‘t om. Maar de ouders betalen niet voor niets dus ik wilde de jongens ook écht iets leren.  Een greep (‘gefeliciteerd’) bijvoorbeeld en iets van een eerste slagbeweging.  Ik besloot tot een dril vorm: een rijtje jongens bij pionnen (soldaten) en één ballenraper (verkenner).  Resultaat: één verveeld mannetje achter me en vijf brallende apen bij de pionnen:  zingend, dansend,  schreeuwend - hemel tergend.  Een ‘goed stel’ zou Theo Reitsma gezegd hebben.  Het werd een grote klerezooi en ik riep luid: ‘Binnen tien seconden alle ballen in mijn kar! Eén…  twee …  drie …!’ Waar andere groepen het een sport vinden de tien seconden te halen poetsten deze Oud Zuid kids de ballen alle kanten op. Complete anarchie.

Ik moest op dat moment denken aan mijn schooltijd wanneer een leraar boos werd en zei: ‘Ik ben geen politieagent!’ Ik vond dat toen al een enorm zwaktebod van zo’n leraar. Je hebt  ’t zelf uit de hand laten lopen, joh, dacht ik toen al. En ergens:  wat een cliché, dat ben je wel , man, een politieagent!

Nu zat ik in een zelfde pakket, ik moest iets doen.

Het zou m’n eer  te na zijn het politie-woord te bezigen. Dus verliet ik me op een andere (nare) docententruc. Ik ging met een strak geacteerd gezicht op het bankje naast de baan zitten en zei niets, helemaal niets. Pas na minuten stond het groepje om me heen en waren alle ballen geraapt. Ik acteerde een nog diepere stilte, een enorme teleurgesteldheid, wellicht groter dan boosheid (verschrikkelijk om te doen, en inderdaad een zwaktebod!) Toen opende ik met gelaten stem: ‘Jongens luister…  dit was natuurlijk … KLÓTE… he!’  De koppies van de gastjes verstijfden. Dit woord  hadden ze misschien wel eens bij hun ouders gehoord, misschien als ‘slip of the tongue’, maar ik maakte ook op uit de gezichten van de jongens dat hun ouders wanneer het woord al viel hen niet mis te verstaan hadden gemaakt dat het beslist niet kon. Tegelijk zag ik mijn kans en maakte meteen van de gelegenheid gebruik iedereen een persoonlijke aanwijzing te geven. Reinoud, zijn forehand zou net zo goed worden als zijn backhand, Ole moest de bal meer voor zich raken, enzovoort, enzovoort… De jochies knikten hun beschaafde koppies voorbeeldig, hingen aan mijn lippen en speelden het verdere uur  de sterren van de hemel. Aan het eind van de les gaf iedereen een 'high five', en ik haastte me te zeggen dat ik naast leren ‘in prinpice’ ook voor lol maken ben (in principe: ‘in principio’, ten eerste, in beginsel -  dat heb ik verder maar gelaten).  Eén jongetje riep: ‘Patrick, ik ga de hele middag tegen de muur oefenen!’  Een ander vroeg of ik nog eens wilde herhalen wat die beter kon doen.

Aan de ouders wil ik intussen mijn excuus maken: het vocabulaire van jullie kinderen is van de week weliswaar uitgebreid met een stukje Latijn - ook met een krachtterm. Maar ik heb het woordheel beschaafd uitgesproken, goed gearticuleerd, met een mooie ronde O: klóte!

 

*Jaren later - ik trainde inmiddels bij de tennisbond -  vanwege ‘vermeende’ arrogantie aan mijn kant, zei Pim: ‘Begrijp jij wel dat er in de wereld duizend jongetjes van jouw leeftijd zijn die beter zijn dan jij!’ Dat was niet alleen onwaar  - nu ik er op terugkijk en beter kan rekenen -, ook was het didactisch gezien een grove fout; hij zag niet dat mijn (vermeende) arrogantie voortkwam uit onzekerheid over mijn spel (forehand).  Ik verloor een stuk ambitiefacebook blog foto