Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

'Getuigenissenmaatschappij'

'Getuigenissenmaatschappij'
Het eigenlijke onderwerp valt buiten het bestek van deze post, maar afgelopen weekend in een gesprek aan een ‘mannentafel’ ontviel mij: ’We leven dus eigenlijk in een ‘getuigenissenmaatschappij’.
Op Facebook, op blogs, op (real live) televisie leggen velen namelijk kleine getuigenisjes af over hun leven. Mijn ‘prikbord’ op Facebook bijvoorbeeld getuigt van kleine en grote gebeurtenissen, van mooie spreuken, wijsheden en andere tegels. De meeste van die spreuken zijn positief bedoeld en gaan over ‘jezelf zijn’. Zelf getuig ik ook via dit medium, voornamelijk om mijn o zo fantastische muziek aan te prijzen. Niet dat ik erbij zeg dat je er een beter mens van wordt. Maar 't scheelt nit veel.Vroeger kon je echter maar op twee manieren getuigen: in de kerk of in de rechtbank. Én de ‘singer songwriter’ deed het. Die deed het in zogenaamde ‘confessionals’. Getuigenissen zijn dus van alle tijden. Maar ze waren vroeger niet alleen positief van aard, soms waren ze ook flink (zelf) kritisch. Misschien is dat logisch: grondleggers van het genre singer songwriter bijvoorbeeld als Dylan en Cohen leefden ‘van God los’, misschien moesten ze zo nu en dan bij zichzelf (of bij Hem) te rade gaan: doe ik het allemaal wel goed? Om vervolgens hier en daar op Socratische wijze bij te sturen. ‘I’m not fixed,’ zei de onlangs overleden Lou Reed dan ook. Steeds vond hij zich zelf opnieuw uit. Misschien wel door de ‘confessionals’ die hij schreef. Van de week deed ik een poging een Bob Dylan pastiche te schrijven, misschien was het wel in de thematiek van Leonard Cohen. En misschien keken deze meesters over mijn schouder mee. Ik leende in elk geval een paar woorden van Dylan, en een paar van Cohen - zoals hij ze ooit leende van de Spaanse dichter Lorca. In de beslotenheid van mijn kamer ben ik dan een jongetje die het spannend vindt om te denken dat die in goed gezelschap verkeert. Tegelijk vind ik het nogal wat, toch durf ik het, ik moet immers leren, en de grote Bach uit het koude Noord Duitsland implementeerde de lyrische Italiaan Vivaldi al in zijn muziek. Als hij mocht, mag ik ook, denk ik dan. Van de Canadees Cohen leerde ik echter ik dat het werk nooit af is en dat je moet blijven schaven en graven. (O jee, denk ik nu, ben ik van de week toch niet te snel geweest!) ‘Jezelf zijn’ trouwens lijkt mij een paradox: misschien ben je juist ‘jezelf’ door een ander, zoals de bijbel zegt waar ik mee opgroeide.
Ik hertaalde dus van de week, probeerde naar anderen te kijken, en trok daarna toch meer naar mezelf toe dan dat: ik vond bijvoorbeeld een woord in de afwas, een in m’n broekzak (ha!), er hingen nogal wat zinnen in de regen van de week. De vraag is of ook díe zinnen wel van mij zijn. Ik weet het niet, en of ik mij zelf ermee opnieuw uitgevonden heb weet ik al helemaal niet, maar modern als ik ben plaatste ik mijn ‘getuigenis’ - alvast - op mijn site (hoewel ook om mezelf te dwingen er misschien ooit een lied van te maken, er in elk geval aan te blijven schaven)
Wat ben ik waard
www.patrick-verheij.nl