Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Geef mij maar Rock 'n Roll

Geef mij maar Rock ’n Roll (2008)

 

In deze tijden van de zoekende en kiezende mens lees ik boeken van filosofen en kunstenaars. Waar gelooft de mens nog in? De christelijke en linkse kerken, alle kerken eigenlijk zijn op sterven na dood. Op dit moment ligt er een boek van ethicus Joep Dohmen op mijn nachtkastje. Hij baseert zich op de klassieken, Socrates: ‘Een mens moet goed voor zich zelf zorgen, dat is zijn eerste taak.’

Dat is ook wat mijn vader vlak voor zijn plotselinge dood tegen mij zei: ‘Zorg goed voor je zelf!’ Zei hij dat trouwens uit vaderlijke zorgzaamheid? Voorvoelde hij zijn einde?

Ik weet het niet.

In ieder geval besloot ik gisteren mezelf eens goed aan te pakken. Ik draaide een was, stofzuigde in alle gaten en hoeken, rookte nauwelijks, ontbeet (alleen müsli) en ging toen naar de kapper.

‘Net als vorige keer,’ zei ik, ‘zoals Jeroen Pauw eigenlijk, dus niet te kort, met een klein matje in de nek,’ voegde ik er aan toe. (Ik ben opgegroeid in de jaren zeventig, heb altijd lang haar gehad, zat bovendien op de school met de bijbel, was onder de indruk van de verhalen over Simson: in haar zit kracht).

De kapster in witte legging en poedelcoup kauwde kauwgom en keek me half stom aan toen ik de naam van de presentator noemde.

‘In lagen,’ zei ik daarom - over Simson deed ik er maar het zwijgen toe - ‘dan heb ik nog wat krullen.’

‘In lagen,’ herhaalde ze achteloos.

‘Ik moet binnenkort op de foto,’ hield ik vol, ‘ik maak een CD,’ probeerde ik,’ ik sta op het podium, het moet lijken of ik niet bij jou ben geweest.’

‘Tja, ik kan der natuurlijk niks bij knippen,’ kapte ze met Amsterdamse tong af.

Na twee minuten zat het eigenlijk al goed.

De jonge kapster nam een spiegel en liet de achterkant zien.

‘Prima,’ zei ik enthousiast. Mijn metrovrienden zeggen dat ik eigenlijk naar hippe kappers moet gaan, goed moet communiceren - goed voor je zelf zorgen! - dus vroeg ik haar: ‘Wat zou jij er nou nog aan doen?’

‘Bovenop wat korter,’ smakte ze door Sky Radio heen,‘ daar wordt het dun en als ik nog wat punten knip krijg je meer volume,’.

‘Goed, doe maar,’ zei ik, en mijn zelfvertrouwen groeide.

‘En van voren, ook de punten?’ vervolgde ze na een paar minuten.

‘Prima,’ zei ik, en ze ging verder.

Ik las de Story .

Wendy van Dijk nu toch een grote liefde?

‘Zal ik nog wat nekharen weghalen?’ vroeg de kapster.

‘Ja, graag.’

Ik keek op.

Ondanks dat de jonge kapster Jeroen Pauw niet kende had ik voor mijn doen nog steeds een weelderige dos.

Toen liet ze me via de spiegel de achterkant zien.

Ik schrok me rot: nekharen scheren? Ze had verdomme mijn hele achterkant weggesneden! Ik had een soort bebop kapsel. Van voren lang en van achteren niets. Alsof ze met een hegschaar een streep in mijn nek had gezet!

Ik probeerde geen rood hoofd te krijgen en zei als een echte man: ‘Goed, lekker kort zo!’ Betaalde en bedankte haar uitgebreid voor haar vakmanschap.

Zevenentwintig euro vijftig.

Op de fiets vervloekte ik haar hartgrondig.

Hoe lang zou het duren voor ik mijn matje terug had?

Drie, vier - vijf maanden?

Een half jaar op het podium staan en me naakt voelen?

Moest ik zo op de hoes van mijn CD staan!

Ik had geen tijd om langer te vloeken, hield mij voor dat het ook tot mijn taak als zelfzorger behoorde om niet lang stil te staan bij een tegenslag. Ik moest ondanks mijn bebop door naar mijn volgende afspraak.

Yoga les.

Klaas, de drummer in mijn band heeft een hernia operatie gehad en het gaat dankzij de Yoga heel goed met hem. Zelf mag ik niet geopereerd worden, ik heb, wat de artsen noemen, een ‘halve hernia’. Je moet ermee leren leven, zeggen ze. Toch wil ik graag volgende week met oude vrienden meedoen aan een voetbaltoernooi. Dus stond ik stipt op de afgesproken tijd bij de balie van de Yoga school.

Een Baghwan-achtige in paars shirt en een enorme knoet op zijn hoofd stond me te woord.

Klaas zag ik nergens.

‘Het kost twaalf euro vijftig,’ zei de knoet.‘

Ik twijfelde.

Je moet nu beslissen,’ vervolgde de knoet dwingend, ‘we beginnen nu!’

Toen stond Klaas ineens bijna naakt naast me: alleen in zwembroek, een handdoek en een matje - hij wel - onder zijn arm.

Ik wilde weggaan, maar ineens tekende ik in en rekende af.  

Even later stond ik met mijn bebopkapsel en dikke pens - ik leende een zwembroek van de Baghwan zelf - temidden van tachtig zwetende en puffende medewezens. Het was bijna veertig graden en met z’n allen tegelijk deden we ademhalingsoefeningen. Dat ging zo luid dat het leek alsof de longen van de hele stad zich volpompten en weer uitbliezen. Een zeug van een vrouw naast mij pufte alsof haar leven er van hing, gutste haar zweet over mij heen. Voor mij kronkelde een anorexia met armen als touwtjes zich drie slagen in de rondte, keek mij met slangenogen aan. De hypnotiserende stem van de Baghwan deed mijzelf in allerlei bochten wringen.

Koortsachtig telde ik: tachtig keer twaalfvijftig is meer dan duizend euro voor de Baghwan.

Je kunt er emotioneel van worden, had Klaas gezegd.

Inderdaad, het huilen stond mij nader dan het lachen.

Via een grote spiegel priemde de blik van een buurmeisje dat ik al jaren leuk vind in mij.

Na anderhalf uur, ik moest liters vocht zijn verloren zijn, kwam ik uit de broeikas.en voelde me ineens verassend goed. Ik ging naar meteen door naar een andere kapper.

Een hippe nu.

‘Helemaal kort, alles eraf!’ was zijn devies.

Kosten: vijftig euro.

Totaal zelfverzorgende bedrag: negentig euro.

Vandaag kan ik niet lopen of zitten en ook niet liggen. De afwas blijft staan, de was kan ik niet ophangen, het voetbaltoernooi heb ik moeten afzeggen.

Ik rook weer.

Doe mij maar Rock ’n Roll!