Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Er is een Amsterdammer dood gegaan

Daar gaan we weer. Voor café De Tuin hartje Jordaan zit een aantal toeristen, en een groepje artistieke dames waarvan één haar 'articiteit' met een piercing in haar neus heeft uitgedrukt. Voor hen midden op straat zingt een Jordanees met een strot waar je ‘u’ tegen zegt. De laatste der Mohikanen. Hij zingt een serenade, waarbij hij galmt dat het een aard heeft: ‘Er-is-een-Amsterdammer-dood- gegáán!’ Een klassieker. Deze man heeft vaker gezongen. Dat kan iedereen horen. Maar de artistieke dames lachen minzaam, de toeristen kijken niet begrijpend. Dan komt een studentikoze barkeeper met Soldaat van Oranje bril naar buiten stiefelen. ‘Kunt u dat misschien ergens anders doen, meneerw!’

‘Maar ik ben zanger en mijn lied sterft uit,’ zegt de Jordanees. ‘Mijn vader zong hier al.’

‘Misschien kunt u ergens anders gaan zingen, bij De Blaffende Vis of zo,’ zegt de barkeeper.

De artistieke dames zijn stil, zij verstaan andere kunsten, die waar een zaaltje voor een paar man is gereserveerd misschien.

Ik rook een peuk en kijk ernaar. En verdomme net als ik de Jordanese zanger om nog een lied wil vragen loopt hij weg.

Hoewel er de laatst jaren een merkwaardige stilte bij dit soort situaties in mij is gevaren (is mijn gemoed vervlakt?), knapt er iets als ik binnen in het café ben en wil bestellen. Terwijl Johnny Cash op de achtergrond zingt kan ik het niet laten (ik weet dat ik Cash voor mijn zaak had gewonnen en dat sterkt me!) Ik laat de bebrilde student op niet mis te verstane toon weten dat het geen pas geeft om iemand te verbieden om te zingen. Zeker niet midden op straat, zeker niet in deze buurt. Ik gebruik grote woorden als ‘misplaatst’, ‘geen gevoel voor verhoudingen’, en ‘zelfvoldane correctheid’ die zo typerend is voor zijn generatie. Ik laat me (weer 's) helemaal gaan. 'Er is dan geen Amsterdammer dood gegaan, hij is wel de mond gesnoerd - is dat niet hetzelfde!' Ik sla met een vuist op de bar. Ik krijg bijval van een type oud kraker. Notabene van een kraker. Verder blijft 't ijzig stil in het café - dat vol zit met toeristen. Er zit niets anders op, ik verlaat zingend de tent: Fly me to moon!facebook blog foto