Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

De Rollende Keukens

Festival De Rollende Keukens

Woensdag begint Festival De Rollende Keukens weer. Een geweldig initiatief met  - inderdaad - allemaal Rollende Keukens, en tientallen bandjes. Zelf heb ik er de afgelopen twee jaar ook gespeeld.  t’ Is praktisch in mijn achtertuin, het Westergasterrein. Vorig jaar verdienden we vijfhonderd euro en ik heb ik ‘mijn’ muzikanten allemaal honderdtwintig euro betaald - zelf had ik een paar tientjes voor de moeite. Ach, t’ is toch in m’n achtertuin dacht ik, en ik kan lekker m’n eigen liedjes spelen. ’t Was een goeie sfeer en we kregen leuke reacties. Je moet dit soort gigs misschien meer als promotie zien. Niet dat ze het lieten merken, maar ‘mijn’ muzikanten baalden echter als een stekker. Hun auto’s met instrumenten mochten van de gemeente niet op ’t terrein blijven staan en ze moesten een half uur teruglopen van het parkeren, terwijl we maar een uurtje speelden. En daarna weer afbouwen en weer een half uur lopen met die zware instrumenten. Stervensdruk was het bovendien. We waren een goed deel van de dag kwijt en derfden sowieso een ander (commercieel) optreden. Het publiek bij De Rollende Keukens trouwens bestaat voornamelijk uit corpsballen met baard en slippers die zich te goed doen aan Rosé en Prosecco en is niet primair in muziek geïnteresseerd. Net als op De Parade gaat het hen niet om cultuur, misschien om ’t culinaire, maar voornamelijk om de drank. Daar wordt dan ’t geld mee verdiend. Een vreemde en  typisch Hollandse paradox. Maar daar zijn we inmiddels aan gewend. ‘Hollanders weten niet wat ze mooi vinden, ze vinden alleen mooi wat ze kennen,’ zei een gitarist ooit tegen mij. Zit een kern van waarheid in, maar door die yuppen kunnen echt geïnteresseerden - die er ook zijn! - wel van live muziek genieten. Dit jaar ben ik trouwens niet meer gebeld (als ze ons al terug hadden willen vragen, aan de andere kant zei de directeur vorig jaar nog dat wij publiekstrekker waren). Ik had zelf vorig jaar al aangegeven dat één set voor mij niet rendabel is, ik wilde het de muzikanten met wie ik speel eenvoudig  niet meer vragen. We spelen liever  twee setjes in plaats van één set, heb ik gezegd. Betaal ons dan geen vijf honderd  euro maar bijvoorbeeld achthonderd.  We zijn er toch. Maak je nog winst ook, wordt ‘t voor ons ook enigszins (!) rendabel, zei ik. Bovendien werken de geluidsmensen zich rot om elk uur een nieuw bandje aan te sluiten. De soundcheck is praktisch klaar als je gig erop zit.

‘Niet alle bands hebben repertoire voor anderhalf uur,’ zei de directeur.

‘Dat lijk me sterk,’ antwoordde ik , ‘anders dan doe je de ene band een uurtje, de ander anderhalf uur.’

‘Dat is niet ‘t concept ,’ zei hij.

‘Pas ‘t concept dan aan.’

De bands die er spelen trouwens - er zitten hartstikke goeie muzikanten tussen - verpesten de markt enorm om voor zo weinig te spelen, maar aan de andere kant begrijp ik het wel: als je zo hard hebt gewerkt aan je liedjes grijp je elke kans om ze te laten horen. Ook al is ‘t voor Prosecco drinkende yuppen.

Ik kom in ieder geval naar jullie luisteren dit jaar. Op m’n Jezus slippers!facebook blog foto