Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Cees Houweling

Naast mijn muziek ben ik part time tennisleraar, een erfenis uit mijn jeugd toen ik elke dag op de baan stond, en proftennisser wilde worden.
1377361 10151643895482064 434123715 nCees Houweling (76) was misschien wel de succesvolste tennistrainer van ons land. Een ‘instituut’ in de tenniswereld. Hij leerde Krajecek een enkelhandige backhand toen die als 14 jarige in een diep dal zat. De rest is geschiedenis. Hoewel ik er bij aan moet tekenen dat ik Krajicek alleen in het jaar zesennegentig, het jaar dat die Wimbledon won, die backhand heb zien doorslaan (topspin). Dus we weten niet hoe het zou zijn afgelopen met dubbelhandige backhand (die slag is bij voorkeur bestemd om mee door te slaan). Cees is er de man niet naar om hem dat te vertellen. Hij verliet na tientallen decennia als kapitein van een zinkend schip als laatste het clubhuis van Popye Goldstar - waar nu de Zuidas verder wordt vol gebouwd. De bulldozers stonden voor de deur, ze moesten hem wegslepen. Op het grote Amstelpark mag hij niet meer komen. Drinkt teveel (‘m’n hele leven gedaan, maar ik stond altijd weer ’s ochtend vroeg weer op de baan!’) Het verhaal gaat dat die op het Amstelpark een keer alles heeft laten lopen. Ik geloof niet dat het studentenpersoneel daar weet wie hij is. Ook op mijn club Joy Jaagpad zijn er wel eens stemmen opgegaan om hem te weigeren (hoe je met je helden en ouderen om gaat zegt iets over de mate van beschaving van een sport, een club?) Twee keer per week zit hij nu bij ons op Joy Jaagpad aan de bar met bier en oude (tennis)verhalen. Deze man moet je niet in een bejaardentehuis of in een café zetten, hij moet gravel ruiken. 
‘Jij bent de beste hier,’ zei hij van de week.
Hoewel vervuld van enige trots gaf ik (vals?) bescheiden op over mijn collega’s. Tegelijk was ik geïrriteerd. ‘Ik hoef jouw goedkeuring niet, waarom zag jij mij niet staan als 14 jarige jongen?’
‘Je gooide met je racket, dat maakt je nu een goeie trainer. Dat was jouw voorland.’ En dan met die geniepige en onnavolgbare glimlach: ‘Zag ik meteen.’
‘Waarom heb jij eigenlijk altijd dat rare karretje bij je?’ klap ik terug.
‘Levensstijl.’
‘Wat houdt die in dan?’
Bier en tennis, zeventig jaar lang elke dag op de baan gestaan.
‘En bier gedronken?’
‘Dat zeg ik!’
‘Dus dat wagentje is óók mijn voorland?’ mijmer ik hardop.
Zwijgt.
‘Kan ik ‘m alvast van je overnemen?’
‘Wat overnemen?’
‘Die kar, kan ik bij je intekenen?
‘Klootzak.’
‘Proost!’