Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

De lerarentruc en het k-woord

Gespeeld verveeld, een beetje voor me uit fluitend, sta ik midden op de baan. ‘Binnen 10 seconden alle ballen in mijn kar!’ is zojuist mijn standaard commando geweest. De meeste groepjes halen het makkelijk. Ik tel dan af: ‘10, 9, 8,’ enzovoort. Ik help de kinderen een beetje en tel wat langzamer. Zelden komt het voor dat de ballen er niet bij ‘0’ zijn. Dit keer - een nieuw groepje - duurt het al minstens drie minuten. En ik speel nog steeds de verveelde leraar. Pas na een minuut of vijf staan de kinderen voor me en liggen de ballen in mijn kar. De voorname Oud Zuid koppies hangen. Ole (8) veegt een lok uit zijn gezicht, Mare (9) pruilt haar lippen, Milan (11) laat zijn racket op de grond vallen. En ik laat de stilte voortduren.  Het enige wat je kunt horen is het ruisen van de populieren die hoog boven de baan zweven.

 

            ‘Zo,’ verbreek ik de stilte droog, ’dat was dus de lerarentruc.’ Dan: ‘En ik herinner me nog goed dat ik achter in de klas zat en zo oud was als jullie,’ (hoe pathetisch! - ik kan niet meer terug) ‘en míjn leraar de lerarentruc deed.’ (Ik heb in ieder geval hun aandacht nu). ‘Verveeld keek die man voor zich uit, wat een saggerijn, die vent,’ ga ik verder. ‘Die leraar wachtte namelijk net zo lang tot de hele klas stil was.’ De hangende koppies kijken nu schuin omhoog. ‘En weet wat je wat ik toen dacht, toen ik daar achter in de klas zat?’ Mijn toon is rustig, maar ernstig, de zes Oud Zuid kinderen kijken me nieuwsgierig, enigszins verward, aan. ‘Ik zal jullie zeggen wat ik dacht ...  Ik dacht: ‘Wát een kút-baan heb jij!’’ Grote ogen om me heen. ‘En weet je wat zo’n man dan ook nog zei,’ gooi ik er meteen achteraan: ’Gaat-állemaal-van-je-eigen-tijd-af.’ Dat zei die er ook nog bij! ‘Kleinzielige vent, benepen burger, clichématige zak!’ - dát dacht ik toen ik allemaal, en ik was precies zo oud was als jullie nu!’

De meeste Oud Zuid kinderen hebben nu een grijns rond hun mond, een die het midden houdt tussen zich betrapt voelen en de spanning van het k-woord. Meelij met mij? ik heb geen enkele illusie, maar langzaam lijken de woorden en de perspectiefwisseling in te dalen. Zelf moet ik nu ook lachen. ‘Ik ga ervan uit dat we dit hele slechte toneelstuk volgende keer overslaan,’ besluit ik.

‘s Avonds kreeg ik een app van een van de vaders: ‘De kinderen kwamen weer vrolijk thuis na tennisles, dank!’ Hij moest ’s weten.2017 facebook blog foto