Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Bek houe ouwe!

 

Spelregels voor millennials

 

"Er bestaat zoiets als absolute leeftijd. Je kunt iemand tegenkomen van achttien, bij wie je, wanneer je diegeen in de ogen kijkt, iemand van zestig ziet (een 'oude ziel', zouden jullie dat noemen). En andersom: bij iemand van dik veertig kan een kinderlijk licht in de ogen branden als ware hij zeventien. (Op vrijdagvond kun je mij onder de laatste categorie 'thuisbrengen')."

 

 

Nogal wat uitéénlopende reacties kreeg ik gisteren na mijn facebookpost over het groeiende 'ge-U’, het vousvoyeren, van de jong volwassen medemens (ook wel ‘millennial’ genoemd) aan mijn adres - en dat van een aantal noodlottige generatie genoten. Voor degenen die de zelfspot en ironie in mijn ‘post’ niet herkenden (ik riep op tot het laten van een boer; misschien zou men iets primitiefs herkennen, dan eerder ‘je’ zeggen), en wellicht veronderstelden dat ik het causaal verband met het schrijden van mijn jaren niet zou zien, hier een korte schets van wat er aan mijn ‘post’ vooraf ging.

 

Já, we waren met een groepje ‘oudere jongeren’, en we zaten op een best hippe plek aan het IJ in Noord (genaamd Plek, hipper kan eigenlijk niet!) En jáh, we hadden de overschatte en vals nostalgische indruk dat we hier de enigen waren die wisten dat de verpletterende mozaïek van luchten die boven het IJ hing, terug te vinden is op een groot aantal doeken van onze Hollandse Meesters. PlekEn já, we knaagden aan een ‘biologische hamburger’, en hadden al een biertje of wat achter de kiezen, toen een zoveelst ongevraagd en overbeleefd ‘smaakt het U, meneerw’ door de dienstdoende millennial spontaan in een proestend keelgat schoot. En wel dat van mij. Nogmaals: een keelgat vol spot, ironie, en diep besef dat ieder van de aanwezige ‘oudere jongeren’ aan tafel - inclusief ikzelf - al ruimschoots ‘2 keer 18’ was (om het noemen van exacte leeftijden te vermijden, refereer ik hier gemakshalve aan de klassieker van Rob de Nijs; ’t geeft helemaal niks als je dat niets zegt). Hoe dan ook, een aantal van ons kreeg de slappe lach, en het scheelde niet veel of we bleven erin. Risico’s die je loopt vanaf een zekere leeftijd. Ons vrolijk geproest getuigde niet alleen van dierlijk verval, maar tegelijk - en laat dat ’s even goed gezegd - van een uiterst jonge en flexibele geest!

Later op de avond kreeg ik echter een aantal reacties, waaronder één (in een pm) in deze trant: ‘Wie neuzelt er in veranderende tijden nou over zoiets onbenulligs als een aanspreekvorm!’ Ik vroeg me af of diegene weet dat taal - zelfs een enkel woord of aanspreekvorm - nogal wat impact kan hebben op het gedrag van mensen. Bijvoorbeeld bij het plaatsen van een post! Gelukkig waren de woorden in de betreffende ‘post’, ondanks een paar biertjes en een biologische hamburger, zorgvuldig en bij vol verstand gekozen. Doordrongen van het feit dat de jong volwassenen, aan wie mijn facebookpost gericht was (de ‘outgroup’ zouden psychologen zeggen), er nimmer door geraakt zouden worden. En niet alleen in díe wetenschap, ik ben zeer goed op de hoogte van linguïsten die terecht oproepen geen woorden of krachttermen te kiezen die impliciet de vooroordelen van zo’n ‘outgroup’ bevestigen. In iets gewonere woorden: het laten van een (fictieve of digitale) boer in het gezicht van de jong volwassen medemens, om zijn vocabulaire ten faveure van mij te doen veranderen, is in sociaal psychologisch opzicht niet bepaald een effectieve methode. Ja, ik was me daar allemaal terdege van bewust. Toch ‘poste’ ik de ‘boer’. Vreemd dat ik het toe moet lichten: ironie en zelfspot dus, en toegegeven, een povere vorm van activisme, dat ook!

Sommigen zouden echter nog steeds kunnen denken dat mijn ‘post’ van gisteren ook te maken had met die zeldzame keer dat ik in een openbare gelegenheid door het stof ging. Een jong volwassen gesprekspartner volharde eens in een eindeloos mantra van ‘ge-u’, toen ik, in de moed der wanhoop, het vormelijke jongmens aanspoorde met een losjes, maar trefzeker geplaatst ‘zeg maar ‘je’ hoor!’ - en daarmee onbewust het leeftijdsverschil dermate benadrukte dat ik het keurig in mijn schoot kreeg teruggeworpen: ‘Ik zeg ‘u’, want ik ben netjes opgevoed, meneerw!’

Had mijn post van gisteren ook met dit voorval te maken? Nou, als hoogst irrintant ervoer ik het destijds, maar vooral was ik erdoor geïnspireerd. Met het schrijden der jaren worden bepaalde verlangens op natuurlijke wijze getransformeerd. Degenen die mij ‘volgen’ weten dan ook dat de basis van mijn ironische en provocerende ‘post’ van vrijdag lag in mijn grenzeloos verlangen te duiden, te doceren over verwante, maar bredere thema’s als ‘ongefundeerd positivisme’ en (gebrek aan) ‘empathie’. Die op hun beurt alles te maken hebben met een veranderende taal en tijdgeest. Ik zal dat duiden hier laten, ik zou mijn doel (wederom) voorbij schieten. Slechts een handjevol lotgenoten van de zogenaamde ‘ingroup’ (de ‘oudere jongeren’) zou mij steunen in mijn strijd tegen de terreur van truttige vormelijkheid van vandaag de dag (in een wereld om ons heen die in brand staat). De rest zou zich al dan niet bewust aansluiten bij de heersende kracht van de jeugd - het nimmer uitspreken, maar wel denken: ‘bek houwe ouwe’!

Desondanks! Ja, juich niet te vroeg! - tegen alle psychologische wetten in, nogmaals een povere poging tot virtuele ongehoorzaamheid en verzet...

Gaattie…

Lieve millennialtjes! Dít zijn van nu af aan de spelregels!

 

- 1) Iedereen in een kroeg is ‘je’

- 2) Ook op andere openbare en recreatieve locaties (zoals een terras, sportclub of een kermis) zeg je ‘je’

- 3) Vind je dat toch moeilijk - omdat je niet over een paar rimpels kan heenstappen - kun je de volgende norm hanteren (destijds door mij beproefd en zeer ‘succesvol’ bevonden): is iemand even oud of ouder dan je vader, zeg dan ‘u’. Daaronder is het ‘je’. Nadeel, en misschien is dat wat veel gevraagd: het vereist enig verplaatsings - en inschattingsvermogen. Er bestaat zoiets als ‘absolute leeftijd’. Je kunt iemand tegenkomen van 18, bij wie je, wanneer je zo iemand in de ogen kijkt, een 60er ziet (een ‘oude ziel’, zouden jullie zeggen). En andersom: bij iemand van dik veertig kan een kinderlijk licht in de ogen branden als ware hij 17. Goed opletten dus! (Op vrijdagavond kun je mij onder de laatste categorie thuisbrengen!)

- 4) Is iemand in functie, en is die functie omkleed met bepaalde vormelijkheden, omdat deze daardoor beter tot zijn recht komt, meer sociale impact heeft (denk aan een dominee, een dokter misschien, een koning), dan is ’t je in sommige gevallen gepermitteerd ‘u’ te zeggen.

- 5) In sommige andere - zeer zeldzame - gevallen, bij beroepen die zich op weinig decorum kunnen verheugen, zoals een schoonmaker, of stratenmaker, een kassière, kan het wenselijk zijn te vousvoyeren (u te zeggen) uit een bepaald respect tegenover de persoon en het ambacht dat diegene uitvoert. Ook hier hangt het van de persoon in kwestie af, verplaatsingsvermogen en oefening zijn wederom vereist (waak ook hier voor een makkelijk en minzaam ‘u’!)

- 6) Diegenen die doelbewust en consequent blijven persisteren in een ‘maar ik ben netjes opgevoed en ik zeg altijd u’ moeten leren dat die opvoeding doordrenkt was van een bekrompen, benepen en kleinburgerlijke moraal

- 7) Ce’st le ton qui fait la music! Ik roep hier niet op tot een kakafonie van een ge-jij en gejouw - en ander gejank. Vaak is een welgemeend en respectvol uitgesproken ‘je’ vele malen wellevender dan een afstandelijk ‘u’. (Verwar ‘beleefdheid’ niet met ‘wellevendheid’, ze kunnen elkaars tegenpolen zijn).

- 8) Tot slot: als je nu volkomen in de war bent, kan je der altijd nog omheen draaien.

Eerbied voor mijn grijze haren, dus aan de bak!

Fijne dag! Je pfacebook blog foto