Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Getuige

Voor café De Blaffende Vis stopte vanmiddag een man in een rolstoel bij mijn tafeltje. (Het was koud, donkere wolken boven de gracht; ik was de enige die buiten zat, binnen was geen plek, ze spraken er Spaans). De man had nauwelijks een gebit, een paar gele stronkjes. Ik schatte hem een jaar of zestig. Hij vroeg of ik een euro voor ’m had.

‘Nee,’ zei ik, ‘dankje’ (en ik begreep niet helemaal waarom ik hem bedankte voor het vragen naar mijn geld).

 

‘Tíen euro dan,’ zei hij brutaal. Ik haalde hopeloos gespeeld m’n schouders op (misschien was dat het: ik had waarschijnlijk geen tien euro op zak, was bovendien bang opzichtig naar kleingeld te zoeken, dan misschien een 2 euro muntstuk te vinden - was me deze week eerder overkomen - je kan dan niet terug; vier euro was me blijkbaar teveel in één week). De man snoof, trok aan een hendel, en gaf een dot gas. Daardoor reed hij bijna een bejaarde vrouw omver - die was net met haar rollator overgestoken. ‘Hé oma! Kijk verdomme uit - ouwe kut!’ vloekte de man.

De vrouw, grijs, met hoge 'toet', zei niets, stiefelde stoïcijns door. Ik las Grunbergs Voetnoot in de VK over verval, probeerde niet naar de vrouw te kijken terwijl ze dichterbij kwam. Maar ze hield nadrukkelijk stil toen ze bij mijn tafeltje was. Ik was de enige getuige geweest van haar vernedering (en er mede de oorzaak van). Dit was een lastig moment. Spelen voor een klein publiek is moeilijker, weet ik uit ervaring, je kunt je niet verschuilen achter een act. De vrouw glimlachte, maakte een beweging met haar pols waarmee ze het drankgebaar uitdrukte. ‘Geld vragen, en dan opsuipuh,’ zei ze koel. ‘Enigste wat ze kennen.’ Boven ons brak de hemel open.facebook blog foto