Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

7 juli 1974

7 juli 1974 had de mooiste dag van mijn leven moeten worden.

De zon schijnt die dag. Het is warm, een streep licht door de paarse gordijnen splijt de houten salontafel dwars door midden. Mijn moeder heeft pinda’s, flesjes bier en glazen neergezet. In een kopje staan sigaretten. Verder is het donker in de zitkuil. Veel bruin: de bank, het schroot tegen de lange muur in de woonkamer, de houten bar in de keuken, waar we ‘s ochtends ontbijten. Die kamer, die dag, elk moment, bijna in chronologische volgorde, staan op mijn netvlies gebrand:

 

Ik nestel me in de hoekfauteuil, zacht velours op mijn blote benen. Naast de haard met bielzen die als een Fenix uit de muur van schoonsmetselwerk is gebeiteld (mijn vader heeft dat eigenhandig gedaan) staat een vierkante televisie. (Ik herinner me nog de dof-zilveren knoppen die je met kracht moest indrukken. Bij het aanspringen knetterde het bakbeest, leek te ontploffen, daarna flitste het beeld een paar keer, kilometers lange kabels onder de grond kwamen in beweging om de signalen te ontvangen. Ik was het geweest die steeds als eerste de tv - kleur!, speciaal voor het WK van opa gekregen! - had aangezet deze zomer). Daar zijn ze! De vaal oranje shirts over de witte broeken. Gelukkig, ze dragen witte broeken! Met zwarte broeken wordt ’t niks weet ik. Terwijl het volkslied speelt glijdt de camera langs onze popsterren. De lange haren langs de smalle gezichten: Cruijff (met zilveren kettinkje) als eerste, dan Krol, Haan, Rep, Suurbier, enzovoort. (Twintig jaar later zal een Zuid Amerikaanse taxichauffeur het hele rijtje uit zijn blote hoofd oplepelen als ik instap, wat ik hier zonder te googlen ook zou kunnen doen maar dan verlies ik de aandacht van de moderne mens). In de zitkuil naast me: Oom Piet, tante Ellie, oom Rico (‘Zeg jij maar Rico’) tante Lies, en alle andere buren. We zitten in de eerste Vinexwijk van Nederland (Glindhorst Ede). In één van de vele zitkuilen van Nederland, zo zou ik later leren.

De Duitsers tegen wie we in de de finale spelen hebben houten koppen, hoekig. Ze kijken streng. Als de scheidsrechter fluit is iedereen in de zitkuil stil. Concentratie nu. Zelfs mijn moeder zwijgt. De bal wordt wel twintig, dertig keer rondgespeeld. Geen Duitse voet raakt de bal. ‘Gallary plee!’ roept mijn vader. Het is Engels, het is bewondering, het is spanning. De Nederlandse Beatles lijken de Duitsers te vernederen. En ze waren al zo goed, denk ik, geen land had ook maar één kans gehad - zelfs Brazilië niet! Er schiet een rilling van euforie door me heen. Hier wordt, voel ik - behalve een wereldkampioenschap - nog iets overwonnen. Iets dat te maken heeft met ongeveer twintig jaar geleden. Dat heb ik de laatste dagen begrepen. Ook omdat niemand de Duitsers, Duitsers noemt. Ze hebben er een ander woord voor. Het klinkt als ‘offer'. Ik begrijp het niet goed.

Dan zie ik dat maarschalk Cruijff de bal ophaalt bij Haan, één van zijn soldaten. Cruijff wandelt met de bal, maar hij kijkt er niet naar. Ik vind dat ongelooflijk stoer, want niemand zou hem aan durven aanvallen, omdat niemand de bal kan spelen zonder naar de bal te kijken. Er lijkt iets te gebeuren nu, hij moet iets in z’n hoofd hebben, Cruijff. Kijk, hij wijst! Het moet een strategie zijn, als bij het spel Stratego dat we vaak spelen. Het is een strategie waar alleen de allergrootsten van weten. Een verbond. Oh, hij tikt de bal simpel naar links, naar Rijsbergen. Dit had niemand verwacht! Hier zijn codes, ongeziene afspraken tussen de kapitein en zijn mannen uitgewisseld. In de zitkuil houdt iedereen zijn adem in. Hij komt weer aan de bal, Cruijff, versnelt nu, houdt in, versnelt weer, dringt plots dwars door de Duitse verdedeging heen. Bertie Vogts maakt een sliding. Hij zweeft, Cruijff. Penalty! En geen Duitser heeft de bal nog aangeraakt! Ik zie een ader kloppen bij de slapen van mijn vader als Neeskens (door mijn jongere broertje steevast Deesekens genoemd) de bal op de stip legt. Daarna ontploft de zitkuil. Ik dans op het bruine velours. Volwassen mannen schreeuwen de longen uit hun lijf. Oom Jan staat op de houten salontafel. Alle spieren in m’n lichaam spannen. Ik schreeuw ook maar heb geen stem. Het geluid in de zitkuil staat te hard. Er is geen knop voor.

Daarna gaat alles mis. Holzenbein heeft zich laten vallen (het woord 'schwalbe' bestaat nog niet, maar vindt z'n oorsprong in dit moment). Penalty voor de Duitsers. Wim Jansen raakte hem nauwelijks aan! Vals spel. Die Duitsers zijn vals! Het is 1-1. Nee toch!


Bij het tweede tegendoelpunt loopt keeper Jongbloed uit (speciaal daarvoor was 'ie door Cruijff opgesteld, weet ik, voor dat uitlopen), maar hij deinst terug. Muller scoort uit een draai, een frommel goal. Het is onduidelijk wat er gebeurt. Zit die er in? Heb ik dit goed gezien? Ik kijk mijn vader aan. Is dit echt gebeurd, papa? Niemand zegt wat. Zelfs mijn moeder niet. Het is mijn vader die de stilte verbreekt. ‘Een keeper die twijfelt zit altijd fout,’ zegt hij streng. Het is dus gebeurd. 2-1 voor de Duitsers die geen Duitsers heten. Mijn vader herhaalt: ’Een keeper die twijfelt zit fout.’ En dan nog een keer: ‘Een keeper die twijfelt zit gewoon fout.’ Verder blijft het ijzig stil in de zitkuil. Iedereen kijkt doods voor zich uit. Ik voel tranen opwellen, ik ben machteloos. Tegelijk voel ik feilloos aan: hier klopt iets niet. Is dat de enige reden dat we achter staan: omdat Jongbloed twijfelde, zoals mijn vader zegt? Eigen schuld dikke bult? Is het zo simpel: Jongbloed had moeten blijven staan, dan hadden we niet achter gestaan? Dat kan niet de reden zijn. Er is hier meer aan de hand. Hier spelen duistere krachten een rol, zoals bij de Kameleon, het boek dat ik lees: onder water zitten monsters, soms zitten ze in de lucht. Die Holzenbein, dát is een monster, een valsspeler. Het is niet Jongbloed z’n schuld papa - hoe kan je dat nou zeggen! Jóngbloed z’n schuld, dus Cruijff z’n schuld? Het kan gewoon niet! Ik laat mijn tranen de vrije loop. Dit was zo niet afgesproken, niet met mijn vader, niet met God en niet met Cruijff! We hadden tot nu toe alles gewonnen, we waren de beste van de wereld, Cruijff was de beste van de wereld! Ik kan het niet beredeneren maar ergens voel ik dat mijn vader met zijn mantra over Jongbloed zijn eigen teleurstelling wil bezweren. Ik weet dat niet zeker, ik voel ‘t ergens. En ergens dreigt nu groot onheil, dat voel ik ook. Een mysterieuze Duitse hand die boven de Vinexwijk zwaait. Waar is Cruijff toch gebleven?
‘Pas op hoor,’ dreigt een buurman er bovenop, ‘die moffen (dát is de naam die ze de Duitsers geven!), die moffen kan je nooit vertrouwen!’
We zijn verraden. Ik weet het zeker. En niemand die er iets aan doet!
Oom Piet probeert: ‘Geloof me,’ zegt hij, ‘rustig jongen, trainer Michels bedenkt echt wel wat in de rust.’ Hij sluit z’n ogen alsof hij zeggen wil: ‘vertrouw me maar.’
‘Alleen Piet Keizer* kan ons nog redden,’ hoor ik mijn vader zeggen. Hij loopt naar de keuken. Het wordt Van de Kerkhof.
De rest is geschiedenis.

Op 7 juli 1974 in de namiddag. rond een uur vijf, wandel ik met een bal aan mijn voeten op het pleintje van de Glindhorst, de eerste Vinexwijk van Nederland. Mijn tranen zijn opgedroogd, m’n ogen zitten half dicht. De zon staat laag, de wereld ligt aan mijn voeten, maar ik ben alleen nu, ik kan niks beginnen. Uit de huizen waarvan de achterdeuren openstaan hoor ik pannen op fornuizen ketsen. Ik ruik spruitjes, er klinkt een vloek, een buurjongetje wordt aan tafel gemaand door zijn moeder. Er hangt een deken van eindeloosheid boven het plein. Het is de ongelukkigste dag uit mijn leven. Ik ben zeven jaar oud.

 

*Mijn vader vond Piet Keizer altijd beter. Hij was niet de enige, de 'echte' voetbalkenner wist: Keizer is de leermeester van Cruijff. Die had op zijn beurt groot respect voor Keizer, die - vier jaar ouder - altijd als een broer voor hem was geweest. Toch ging Cruijff in die bewuste pauze rond half vier 's middag's op 7 juni 1974 naar de wc om een sigaretje te roken. De halve natie wachtte op de herrijzenis van Keizer (hoewel ‘al’ 31 en in zijn nadagen). Michels koos voor Van de Kerkhof. Cruijff nam nog een trekje van zijn sigaret.facebook blog foto