Columns - Verhalen - Zondagstukken - Recensies

Zonder aanziens des persoons

 

Hij draagt een rood jack, zijn ogen zijn hondenogen, hij staat er wel en niet. Dat is de kunst. Hij is een van de wazige grensposten die de stad rijk is. Een veeg, op de rand van binnen en buiten, gedoogd tussen de schuifdeuren van consumerend Amsterdam. (Ook) ik kijk ‘m liever niet aan. Dan ben ik de lul, dan kost ’t me elke dag een euro, denk ik. En elke dag is daar even dat ongemakkelijke moment als hij mij groet, niet te nadrukkelijk - maar toch, bang om zijn positie tussen de schuifdeuren te verliezen als hij té aanwezig is. Ik mompel iets terug, versnel m’n pas, en 'swipe' ‘m uit m’n pre frontale kwab als ik op m’n fiets spring. Ik heb nog zoveel te doen. Boterhammen smeren bijvoorbeeld. Eieren bakken.

 

Gisteren stierf Amsterdam van de toeristen, de Haarlemmerstraat was Boogie Street, de SkyLounge begon al in de lobby. Ik miste de boot naar Noord. De hele mediterraan stond op het pond, ik dacht dat die zou zinken, ik durfde niet meer (sorry Th en W!). Hoewel het andere koek moest zijn dan de boot waarop de hondenogen misschien hadden gezeten, schoot het door me heen. We leven in een verraderlijke bubbel van economische opleving, schreef een professor in de Volkskrant. Een deel van die bubbel werd rond middernacht in de lucht geknald. Een marginale bijdrage aan een toch al broze ozonlaag.

 

’s Middags deed ik zelf boodschappen, en moest langs de hondenogen. Ik had er flink de pas in, maar moest stil houden. Een vrouw van rond de dertig, blond, grote ronde ogen, bepakt met tassen en flessen wijn, oliebollen en stokbroden onder beide armen liep pontificaal door de schuifdeuren. ’Fijne-jaarwisseling!’ zong ze vrolijk naar de hondenogen. ‘Zonder aanziens des persoons’, moet ze gedacht hebben in haar stadse vipe van ongebreideld positivisme en zelfvoldane wellevendheid. Het was guur weer, er stond een verraderlijke bries. Ik kon ‘t niet laten: terwijl de vrouw me passeerde moest ik in de hondenogen kijken, zijn reactie peilen. De hondenogen waren geen hondenogen meer, ze keken dwars door me heen, daarna haalde de grenspost zijn schouders op. Toen ik wegging moest ik wel. ’t Koste me een euro. Kutwijf.facebook blog foto